Kerkblad

TRANEN EN VREUGDE

Deze Op Weg omvat de dienst waarin we afscheid nemen van de Thamerkerk en de Startdienst van het nieuwe seizoen. Daarom wil ik hier nog eens opschrijven wat ik als inleiding op vergaderingen weleens kort heb aangeduid. Het gaat over de spanning tussen afscheid nemen en doorgaan, herinneren en vooruitkijken.

De Judeeërs die bij de verovering van Jeruzalem in ballingschap werden gevoerd naar Babel (586 v. Chr.), moesten afscheid nemen van hun huis, hun land, hun koning en hun tempel. Een drama. Vooral die tempel deed pijn: de plek waar je God aanbad, zijn nabijheid ervoer, waar je je diepste verdriet bracht, maar ook het hoogste geluk ervoer. Zoals wij dat kunnen ervaren in kerkdiensten en speciaal bij bijzondere gelegenheden: doop, belijdenis, huwelijk, uitvaart. Die combinatie van persoonlijke herinneringen en momenten van Gods nabijheid maakt van het afscheid van een tempel of kerkgebouw iets bijzonders.

We weten dat de Judeeërs na een paar generaties terug konden naar Judea. Ze hadden geleerd het in ballingschap zonder tempel te doen. Als het moet kan dat: als je de verhalen maar blijft vertellen, de gebeden zeggen, de lofzangen zingen. Maar als het kan – en ze hebben dat ervaren als een Godswonder – dan mag er weer een plek zijn voor God. Het Bijbelboek Ezra vertelt hoe dat gaat, hoe de fundamenten van de nieuwe tempel worden gelegd, plechtig begeleid door psalmgezang, ‘Hij is goed, eeuwig duurt zijn trouw (Ps. 136). Maar er zijn nog mensen in leven, die de eerste tempel nog hebben gezien:

Heel het volk begon daarop luid te juichen en de Heer te prijzen omdat de fundamenten van de tempel van de Heer werden gelegd. Veel priesters, Levieten en familiehoofden, de ouderen die de eerste tempel nog hadden gezien, huilden luid toen voor hun ogen de fundamenten van de tempel werden gelegd, maar vele anderen juichten en jubelden. Juichen en huilen waren niet meer te onderscheiden… (Ezra 3:11-13)

Ik ken niet veel Bijbelverhalen waarin vreugde en verdriet zo door elkaar lopen. Beide hebben hun recht! Het enthousiasme over het nieuwe begin veegt het verdriet om alles wat er niet meer is niet aan de kant. De verteller geeft geen commentaar. Niemand van de enthousiastelingen zegt tegen de ouderen: ‘Stop met die tranen, er komt toch een prachtige nieuwe tempel!’, en niemand van hen zegt: ‘Hou op met dat gejuich, zie je niet hoe verdrietig wij zijn!’

En dan gaan ze verder: genoeg uitdagingen vóór hen – lees het volgende hoofdstuk. Voor de Judeeërs een vijandige omgeving die die tempel helemaal niet ziet zitten, voor ons andere uitdagingen, zoals de kille wind van secularisatie en ontkerkelijking. Daar moet je samen tegenaan. Maar zonder te vergeten. Je neemt liederen en gebeden, verhalen en gebruiken, mee, je laat ook verdrietig achter wat niet vervangbaar is. Voor beide mag er ruimte zijn.

Ds. Joep Dubbink

Meditatie uit kerkblad Op Weg

TRANEN EN VREUGDE

Deze Op Weg omvat de dienst waarin we afscheid nemen van de Thamerkerk en de Startdienst van het nieuwe seizoen. Daarom wil ik hier nog eens opschrijven wat ik als inleiding op vergaderingen weleens kort heb aangeduid. Het gaat over de spanning tussen afscheid nemen en doorgaan, herinneren en vooruitkijken.

De Judeeërs die bij de verovering van Jeruzalem in ballingschap werden gevoerd naar Babel (586 v. Chr.), moesten afscheid nemen van hun huis, hun land, hun koning en hun tempel. Een drama. Vooral die tempel deed pijn: de plek waar je God aanbad, zijn nabijheid ervoer, waar je je diepste verdriet bracht, maar ook het hoogste geluk ervoer. Zoals wij dat kunnen ervaren in kerkdiensten en speciaal bij bijzondere gelegenheden: doop, belijdenis, huwelijk, uitvaart. Die combinatie van persoonlijke herinneringen en momenten van Gods nabijheid maakt van het afscheid van een tempel of kerkgebouw iets bijzonders.

We weten dat de Judeeërs na een paar generaties terug konden naar Judea. Ze hadden geleerd het in ballingschap zonder tempel te doen. Als het moet kan dat: als je de verhalen maar blijft vertellen, de gebeden zeggen, de lofzangen zingen. Maar als het kan – en ze hebben dat ervaren als een Godswonder – dan mag er weer een plek zijn voor God. Het Bijbelboek Ezra vertelt hoe dat gaat, hoe de fundamenten van de nieuwe tempel worden gelegd, plechtig begeleid door psalmgezang, ‘Hij is goed, eeuwig duurt zijn trouw (Ps. 136). Maar er zijn nog mensen in leven, die de eerste tempel nog hebben gezien:

Heel het volk begon daarop luid te juichen en de Heer te prijzen omdat de fundamenten van de tempel van de Heer werden gelegd. Veel priesters, Levieten en familiehoofden, de ouderen die de eerste tempel nog hadden gezien, huilden luid toen voor hun ogen de fundamenten van de tempel werden gelegd, maar vele anderen juichten en jubelden. Juichen en huilen waren niet meer te onderscheiden… (Ezra 3:11-13)

Ik ken niet veel Bijbelverhalen waarin vreugde en verdriet zo door elkaar lopen. Beide hebben hun recht! Het enthousiasme over het nieuwe begin veegt het verdriet om alles wat er niet meer is niet aan de kant. De verteller geeft geen commentaar. Niemand van de enthousiastelingen zegt tegen de ouderen: ‘Stop met die tranen, er komt toch een prachtige nieuwe tempel!’, en niemand van hen zegt: ‘Hou op met dat gejuich, zie je niet hoe verdrietig wij zijn!’

En dan gaan ze verder: genoeg uitdagingen vóór hen – lees het volgende hoofdstuk. Voor de Judeeërs een vijandige omgeving die die tempel helemaal niet ziet zitten, voor ons andere uitdagingen, zoals de kille wind van secularisatie en ontkerkelijking. Daar moet je samen tegenaan. Maar zonder te vergeten. Je neemt liederen en gebeden, verhalen en gebruiken, mee, je laat ook verdrietig achter wat niet vervangbaar is. Voor beide mag er ruimte zijn.

Ds. Joep Dubbink

CB Login